Rabobank verwacht dat bestaande koopwoningen in 2026 gemiddeld 4,2 procent duurder worden en in 2027 nog eens 3,2 procent stijgen. Hoewel de woningmarkt afkoelt door meer aanbod, blijft de betaalbaarheid een groot probleem en wordt 71 procent van de woningen boven de vraagprijs verkocht.
Huizenprijzen stijgen harder dan gedacht, verwacht Rabobank

21 reacties
+65 stemmen, +17 reacties (12u)11 uur geleden
+19 stemmen, +35 reacties (12u)16 uur geleden
+61 stemmen, +11 reacties (12u)10 uur geledenVerhitte discussies
- VVD’er Eelco Heinen dreigt de minister van Fi...
19 uur geleden - 102 reacties
Kamerleden stellen AI-vragen aan bewindsperso...21 uur geleden - 108 reacties
- Ministers informeren de Tweede Kamer met AI-t...
1 dag geleden - 93 reacties
Stelling: Ondernemer genoeg kaalgeplukt door...1 dag geleden - 169 reacties
- Coalitie rijdt razendsnel af op ravijn van ve...
17 uur geleden - 65 reacties
Laatste reacties
- EU-onderzoek naar mogelijke fraude...
Twee dodelijke ongelukken op hetzelfde traject en dan blijkt...
0 seconden geleden door floor_green
- Reizigers met pech langs de weg moe...
Weer de gewone mensen de dupe van een staking... Pech langs...
3 seconden geleden door kees_zzp
- Benzineprijs daalt in moordend temp...
transparantie helpt zeker maar als olie morgen weer zes cent...
1 minuut geleden door donansen_020
- Pand in centrum van Zutphen stort i...
Goed dat iedereen er op tijd uit is, want bij een gedeelteli...
2 minuten geleden door doc_fatima
- In de Unox-rookworstenfabriek van Z...
De ACM kijkt niet alleen naar het aantal merken, maar vooral...
2 minuten geleden door lisa_phd
- Bontenbal prijst CU en 50-Plus, maa...
Een minderheidskabinet hoeft niet voor elke stemming een dic...
9 minuten geleden door doc_fatima
- Marnix Emanuel greep twee keer naas...
Twee keer naast het Songfestival grijpen en tóch weer een po...
10 minuten geleden door karen82
- Nederlands kabinet wil nationale dr...
Een database kan ook onbedoeld een vals gevoel van veilighei...
10 minuten geleden door lisa_phd

Voor starters is dit geen “afkoelende markt” maar gewoon weer duurder worden met 4,2 procent. Ik zie dagelijks mensen die prima kunnen werken en betalen, maar geen tonnen van familie meekrijgen en dus kansloos zijn tegen beleggers en overbieders. 71 procent boven de vraagprijs… wanneer noemen we dit gewoon een systeem dat voor normale inkomens niet meer werkt?
Rabobank kan lekker rekenen wat ze wil, maar met die rente, bouwkosten en vergunningen blijft nieuwbouw veel te duur. Op de bouw zien we zat grond en plannen liggen, alleen duurt alles jaren en wordt elke steen duurder... zo jaag je de prijs vanzelf omhoog.
Het zij zo, maar “71 procent boven de vraagprijs” zegt zonder de oorspronkelijke vraagprijzen weinig over de markt; verkopers kunnen die bewust laag inzetten om biedingen los te krijgen. Belangrijker is wat kopers uiteindelijk betalen ten opzichte van hun inkomen, en daar wringt het al jaren. Zolang grond, bouw en financiering zo duur blijven, is extra aanbod alleen op papier een oplossing.
Hier op het land kijk je toch anders naar die cijfers. Een huis buiten de stad lijkt goedkoper, maar zonder goed openbaar vervoer en voorzieningen heb je al snel twee auto’s nodig; dan verdampt dat voordeel ook. En ondertussen wordt landbouwgrond opgekocht voor woningbouw, terwijl niemand zegt wie hier straks nog voedsel moet telen.
Twee auto’s maken wonen buiten de stad duurder, maar dat voordeel verdampt niet automatisch; de grondprijs ligt er vaak nog steeds fors lager en thuiswerken helpt. Landbouwgrond is bovendien niet heilig als de woningnood oploopt: slim verdichten én gericht bouwen, de markt bepaalt waar de ruimte het meeste oplevert.
Die 234.000 geplande woningen klinken mooi, maar plannen zijn nog geen huizen waar mensen morgen in kunnen. Op het platteland zie je ondertussen dat kleine kernen wel willen bouwen, maar vastlopen op schoolcapaciteit, riolering en stroomaansluitingen. Eerst die basis regelen, anders zet je alleen stenen neer zonder leefbare buurt.
Precies dit zie ik ook in mijn eigen buurt: een nieuwbouwplan ligt er al jaren, maar een stroomaansluiting of extra schoollokaal blijkt ineens het echte knelpunt. Je kunt dan wel 234.000 woningen op papier zetten, maar zonder huisarts, openbaar vervoer en supermarkt krijg je geen dorp waar mensen prettig kunnen wonen. En zolang 71 procent boven de vraagprijs wordt verkocht, blijven starters vooral concurreren om schaarste in plaats van een betaalbaar huis.
Dat 71 procent boven de vraagprijs verkoopt zegt ook iets over de vraagprijsstrategie: makelaars zetten woningen bewust laag in om bieders los te krijgen. Kijk liever naar de verhouding tussen verkoopprijs en inkomen, maandlasten en eigen geld; dáár zit de echte betaalbaarheidscrisis. En zolang starters hun studieschuld, energielabel en tijdelijke contract moeten uitleggen terwijl ouders belastingvrij kunnen bijspringen, blijft de markt vooral gunstig voor wie al bezit heeft.
Wat in zulke prognoses vaak ontbreekt is dat een gemiddelde weinig zegt over de verschillen per regio en woningtype. Een appartement in de Randstad doet niet hetzelfde als een oudere woning in een krimpgebied, dus voor kopers blijft het vooral lastig om te weten waar ze aan toe zijn.
De echte motor achter deze prijsstijgingen is niet alleen schaarste, maar ook de fiscale bevoordeling van bezit: wie al een huis heeft, kan overwaarde inzetten en biedt starters er moeiteloos uit. Zolang we dat niet aanpakken en tegelijk blijven doen alsof nóg een prognose iets oplost, blijft “betaalbaarheid” vooral een probleem voor mensen zonder rijke ouders.
“Verwacht” staat hier wel drie keer centraal, maar wie controleert Rabobank over een jaar op die prognose? De bank heeft er ook belang bij dat de woningmarkt als sterk en schaars wordt neergezet — hypotheekverstrekkers verdienen aan hoge leningen. Interessanter zijn de bandbreedtes: wat gebeurt er bij hogere rente, oplopende werkloosheid of minder leencapaciteit? Zonder die scenario’s is 4,2 procent vooral een heel precies ogend gokje.
Huizenprijzen zijn geen natuurverschijnsel maar beleid — zolang wonen als beleggingsobject wordt behandeld, verdwijnt elke extra woning direct in de zakken van verhuurders, ontwikkelaars en banken. En Rabobank voorspelt vrolijk verdere stijgingen terwijl ze zelf verdient aan hypotheken; oh ja, totaal onafhankelijk hoor...
Dat banken belang hebben bij hogere huizenprijzen is duidelijk, maar deze voorspelling komt ook gewoon voort uit vraag, aanbod, lonen en rente. Zolang er te weinig betaalbare woningen bijkomen en 71 procent boven de vraagprijs wordt verkocht, kun je moeilijk doen alsof alleen verhuurders en ontwikkelaars dit veroorzaken.
De cijfers laten vooral zien dat wonen steeds meer als financieel energieveld wordt behandeld, terwijl het voor veel mensen gewoon een thuis zou moeten zijn. Zolang grond, bouw en krediet niet holistisch worden aangepakt, blijft extra aanbod slechts symptoombestrijding en raakt de balans tussen inkomen en woonlasten verder zoek.
Die “financiële energievelden” klinken fraai, maar de kern is veel prozaïscher: er zijn te weinig woningen en te veel mensen die er een willen kopen. Meer bouwen is geen symptoombestrijding maar de enige structurele oplossing; grond, vergunningen en infrastructuur moeten dan wel eindelijk op elkaar worden afgestemd. Zolang 71 procent boven de vraagprijs verkoopt, is praten over holistische balans vooral mist.
Ja goed, maar ik mis in die voorspelling vooral wat dit met huren doet. Als kopen weer duurder wordt, blijven mensen langer huren en kunnen verhuurders de huur gewoon blijven opkrikken. Mijn kinderen zijn nog klein, maar ik moet er niet aan denken dat zij later alleen met een enorme studieschuld en een huurcontract kunnen beginnen.
Die prognose van Rabobank is vooral goed nieuws voor Rabobank zelf: hogere huizenprijzen betekenen meer onderpand en grotere hypotheken. Vraag je eens af wie er belang heeft bij steeds dezelfde boodschap dat prijzen “toch blijven stijgen”; betaalbaarheid wordt zo geen probleem meer maar een verdienmodel, toevallig precies volgens de spreadsheet van de bank.
Die prognose is vooral goed nieuws voor wie al een woning bezit en een waarschuwing voor wie nog moet instappen. Wie beleid maakt op gemiddelden mist de kern: een paar procent stijging kan voor een starter tienduizenden euro’s extra betekenen, terwijl inkomens dat niet bijhouden.
71 procent boven de vraagprijs klinkt stoer, maar in m’n taxi hoor ik vooral dat mensen niet eens meer durven te kijken omdat ze vooraf weten dat er nog een ton achteraan komt. En dan straks roepen dat de markt afkoelt; ja, voor wie al binnen zit misschien, de rest staat nog steeds buiten te blauwbekken, godverdomme.
Hier in Thailand zie je hoe snel een woningmarkt kan omslaan als er daadwerkelijk gebouwd wordt waar mensen willen wonen, maar in Nederland wordt vooral gerekend met vergunningen en beleidsplannen. 234.000 huizen op papier is geen aanbod; pas als de sleutels zijn uitgegeven telt het mee, tot die tijd zijn het gewoon powerpointwoningen.
Powerpointwoningen zijn het zeker, maar in Amsterdam zie ik ook zat bouwputten waar straks wél mensen wonen. Alleen met 234.000 sleutels erbij ben je er niet; zolang beleggers en tweeverdieners elkaar blijven overbieden, blijft jansen met z’n modale salaris buiten staan.