Uitspraken over SRY-gen in interview
Boksster Imane Khelif heeft in een interview met het Franse sportblad L’Équipe bevestigd dat zij het zogeheten SRY-gen bezit. Dat gen bevindt zich doorgaans op het Y-chromosoom en speelt een rol bij de ontwikkeling van mannelijke geslachtskenmerken tijdens de embryonale ontwikkeling. Volgens de weergave van het interview antwoordde Khelif op de vraag of zij het SRY-gen heeft: „Ja, en het is natuurlijk.”
De uitspraak is opgepikt door verschillende media en commentatoren, omdat Khelif al langere tijd onderwerp is van discussie over sekse, geslachtskenmerken en toelating tot wedstrijden in de vrouwencategorie. In eerdere berichtgeving werd gesuggereerd dat er medische informatie zou bestaan die wijst op een intersekse-variatie. De bevestiging van de aanwezigheid van het SRY-gen wordt door sommige bronnen gezien als steun voor die lezing.
Context: intersekse en DSD-variaties
Het SRY-gen wordt vaak genoemd in de context van verschillen in geslachtsontwikkeling (DSD, disorders/differences of sex development). Aanwezigheid van het gen kan voorkomen bij personen met een 46,XY-chromosomenpatroon, ook wanneer uiterlijke geslachtskenmerken (deels) vrouwelijk zijn ontwikkeld. In de berichtgeving rond Khelif wordt onder meer verwezen naar 5-alfa-reductase-2-deficiëntie, een DSD-variant waarbij de omzetting van testosteron naar dihydrotestosteron (DHT) is verstoord en de ontwikkeling van uitwendige geslachtskenmerken kan afwijken.
In dergelijke gevallen kan de puberteit gepaard gaan met veranderingen door relatief hogere androgenen, wat in sportdiscussies vaak wordt gekoppeld aan mogelijke fysieke voordelen zoals spiermassa en botdichtheid. Tegelijkertijd is de medische werkelijkheid per persoon verschillend en is op basis van één genetisch gegeven niet automatisch vast te stellen hoe iemands lichaam functioneert of welke sportieve consequenties dat heeft.
Eerdere signalen over chromosomen en hormoonwaarden
Rond Khelif circuleerden eerder al verklaringen dat er „een probleem met haar chromosomen” zou zijn. Ook werd gemeld dat zij hormoonbehandelingen zou hebben ondergaan om testosteronwaarden te verlagen. Deze punten worden in recente online berichtgeving opnieuw aangehaald in het licht van de uitspraak over het SRY-gen.
De discussie raakt aan een bredere maatschappelijke en sportbestuurlijke kwestie: hoe sportorganisaties omgaan met atleten met DSD-variaties en welke criteria gelden voor deelname aan vrouwencompetities. Daarbij spelen zowel medische gegevens als privacy, mensenrechten en het streven naar eerlijke competitie een rol.
Reacties en bredere mediadebatten
De berichtgeving leidt opnieuw tot stevige reacties, ook omdat sommige commentatoren Khelif eerder expliciet wel of niet als intersekse hebben bestempeld. In de recente online discussie wordt benadrukt dat intersekse niet hetzelfde is als transgender, en dat het debat vaak wordt gevoerd met beperkte of selectieve informatie.
Ondertussen blijft onduidelijk welke medische documenten officieel zijn bevestigd door sportbonden of toezichthouders, en welke informatie uitsluitend via media of anonieme bronnen circuleert. Khelifs uitspraak in L’Équipe is daarmee een nieuw element in een al langer lopend debat, maar vormt op zichzelf geen volledig medisch dossier.











Dit is wel genuanceerder dan de kop doet vermoeden: één SRY-gen zegt nog niet automatisch “man”, je ziet in de praktijk bij DSD’s juist enorme variatie in hormonen, puberteit en lichaamsbouw. En ondertussen wordt iemands medische info half op straat gegooid terwijl niemand hier de volledige uitslagen kent… laten sportbonden dit met duidelijke, eerlijke regels en privacy oplossen.